Weblog

Prinsjesdag

 

Marianne Thieme gisteren in een prachtige en veelzeggende veggy jurck, ontworpen door Yasmina Ajbilou.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tsjechische schilders in Bretagne

 

   Een week geleden bezocht ik in het Musée départemental breton in Quimper de expositie 'Artistes tchèques en Bretagne de l'art nouveau au surréalisme'.

   Een grappig toeval was dat ik tegelijkertijd de roman Falaise des fous van Patrick Grainville las, waarin Franse schilders (Boudin, Courbet, Manet, en vooral Monet) aanwezig zijn op de Normandische kust, bijvoorbeeld in Étretat, met zijn villa's en mensen die hun leven verdelen over Parijs en de Normandisches falaises.

   Hier niets geen villa's, maar het (arme) landleven, markttaferelen, de woeste zee, de steenblokken langs de kust die gemakkelijk iets cubistisch krijgen, het île de Sein.

   De oudste schilder is Hippolyt Sobeslav Pinkas, geboren in 1827, de jongste Jan Krizek, geboren in 1929. En toch vormt de expositie een mooie eenheid. Dat komt niet alleen door de fraaie inrichting in dit prachtige gebouw, maar ook door de Bretonse adem.

 

 

 

 

 

Mijn boeken 31 t/m 35 van 2018

 

Sigmund Freud: Vorlesungen zur Einführung in die Psychoanalyse (1915-1917)

Joseph Roth: Radetzkymarsch (1932)

Eric Hazan: Balzac, Paris (2018)

Honoré de Balzac: La duchesse de Langeais (1834)

Jeanne Nabert: Le cavalier de la mer (1931)

 

 

Oliver Knussen 1952-2018

 

Vijf dagen geleden overleed Oliver Knussen.

Ik heb van geen enkele dirigent zoveel concerten bijgewoond als van hem, inclusief de nadrink. En als je van één musicus niet kunt zeggen dat hij de beste dirigent onder de componisten was en de beste componist onder de dirigenten, dan was hij het wel. Op de een of andere manier heb ik het altijd veelbetekend gevonden dat op de oudste cd met werken van hem in mijn collectie, zijn derde symfonie weliswaar door hemzelf maar de tweede door Michael Tilson Thomas wordt gedirigeerd.

Zo de eerste dagen na zijn dood is er een voortdurende reflex cd's met opnamen van hem te beluisteren. Of het nu gaat om opnamen van eigen composities of om die van werken van Igor Stravinsky, Elliot Carter of Magnus Lindberg. Alsof je zo zijn leven nog wat kunt oprekken.

 

 

George Benjamins Lessons in Love and Violence

 

 

 

 

 

Fritz Lang en George Benjamin

 

Holland Festival

Tuschinsky 16 juni

Fritz Lang (Wenen), Der müde Tod (1921)

tekst volgt

 

 

 

Mijn boeken 26 t/m 30 van 2018

 

Stefan Zweig: Die Welt von Gestern (1942)

Joseph Roth: Die Kapuzinergruft (1938)

Volker Weidermann: Ostende. 1936, Sommer der Freundschaft (2014)

Sigmund Freud: Das Unbehagen in der Kultur. Und andere kulturtheoretische Schriften (1930; 1908, 1915, 1933)

Jeroen Brouwers: De zondvloed (1988)

 

 

Triund en de Muze van Zuid

 

   Op 26 mei speelden Doris en ik twee recitals in het Amsterdamse Festival De Muze van Zuid. In Zuid zijn (ik heb het niet nageteld) zo'n 65 straten vernoemd naar een componist en daarvan meer dan 40 naar een Nederlandse toondichter. Maar wie daar woont of er doorheen fietst, weet eigenlijk nauwelijks wie al die mannen (er zijn weinig straten naar vrouwen vernoemd) waren en wat voor muziek ze componeerden. Hoe komt het dat hun muziek zo weinig wordt uitgevoerd, luidt dan ook de vraag die je een week of wat voorafgaand aan het festival krijgt voorgelegd.

   Nu is dat de enige vraag die je me niet moet stellen. Toen ik een jaar of 15 was, speelde ik al mijn eerste wereldpremière: de tweede sonatine van Hans Osieck (geboortejaar 1910). Ik vind het nog steeds een leuk stuk en heb het nog vaak daarna uitgevoerd en opgenomen. Op 26 mei speelden we de wereldpremière van Triund van Wilma Pistorius (geboorterjaar 1991) en er staat al een behoorlijk aantal volgende uitvoeringen van het stuk gepland.

     Daartussenin speelde ik trouwens een heleboel stukken van componisten naar wie in Amsterdam geen straat vernoemd is. Het is vaak ook wel een allegaartje, zo'n componistenwijk. In mijn Brabantse geboortestad Eindhoven ontbreken bijvoorbeeld juist de twee Brabantse componisten die zich aan de top van het Nederlandse componeren van de twintigste eeuw bevinden: Matthijs Vermeulen en Jan Ingenhoven. 

Het enige antwoord dat ik kan bedenken op boven geciteerde vraag is dan ook: wordt die muziek wel zo weinig uitgevoerd of is er gewoon sprake van een gebrek aan belangstelling? Uitspraken van Immanuel Kant, Jan Ingenhoven en Sem Dresden lijken argumenten aan te dragen voor de tweede optie.

   Inmiddels is Triund een compositie vol poëzie. En, zoals Doris stelde in haar inleiding tijdens de concerten, dat is iets waarvan onze tijd best wat meer mag hebben.

 

 

Wenen

 

     De dagen ervoor thuis heel wat Schönberg beluisterd.

     In Wenen zelf een week lang 23 tot 27 graden. U-Bahn-stations zonder poortjes. Meteen al onder de indruk van het MuseumsQuartier, wat denk ik bij mijn vorige bezoek nog niet als zodanig bestond. Aan de overkant de Jugendstil-kassen in de Burggarten. De representatieve functie van de Ring-architectuur: de mezzanines die de eerste verdieping omhoog werken. Jonas Kaufmann als straatzanger tegen de zijwand, zijde Kärntnerstraße, van de Staatsoper (Andrea Chénier).

     In het Oberes Belvédère veel Gustav Klimt, Egon Schiele en Richard Gerstl. Een sportcommentator zou opgemerkt hebben dat de Botanische Garten een Nederlandse tintje heeft: Baron van Swieten. In een hoekvertrek in het Haus der Musik een soort college Tweede Weense School: mooie foto's, relevante teksten, fraaie muziekfragmenten.Terloops het hotel waar Janácek logeerde toen Jenufa haar Weense première beleefde. De 'democratische' voorgevels van Otto Wagner en Josef Hoffmann. De Postsparkasse van Wagner en recht er tegenover een kolossaal imperiaal regeringsgebouw.

     Koffie gedronken in het paviljoen dat Wagner gebouwd heeft tegenover zijn U-Bahn-ingang op de Karlsplatz. De Musikfreunde aan de overkant, bedenk even dat het vioolconcert van Leander Schlegel daar in première ging. De koepel van de Karlskirche ingezoefd (en er weer uit). U-Bahnstation Herrengasse: hier vlakbij bevond zich de fameuze Bösendorferzaal, waar ook heel wat liederen en kamermuziek van Schlegel hebben geklonken. Amper drie weken na zijn dood vond er het allerlaatste concert plaats, Stefan Zweig beschrijft hoe het publiek weigerde weg te gaan. Daarna lag het terrein 18 jaar braak tot er een Hochhaus kwam.

     Een echt prachtige expositie Jung Wien in het Arnold Schönberg Center, daar ook nog opnamen van de Gurrelieder onder René Leibowitz en van het vioolconcert met Louis Krasner en Dimitri Mitropoulos gekocht. En de dvd (wist niet dat die nog verkrijgbaar was) van de Weense enscenering (2006) van Moses und Aaron onder leiding van Daniele Gatti. Het gebouw van de Secession staat helemaal in de steigers, maar het Beethoven-fries van Klimt is te bezichtigen. De Wagner-huizen aan de Linke Wienzeile.

     Naar Heiligenstadt: uit het station sta je zo tegenover de imposante Karl-Marx-Hof. Naar de Hohe Warte geklommen: een wonderbaarlijk mooi park, villa's van Hoffmann.Weer beneden aan de andere kant: het huis in Grinzing waar Beethoven zijn Pastorale schreef, kan wel een likje verf gebruiken - iets wat opvalt hier. 

 

Mijn boeken 21 t/m 25 van 2018

 

Sayaka Murata: Die Ladenhüterin (oorspronkelijke titel: Kombini ningen, 2016)

Femke Halsema: Macht en verbeelding (2018)

Anja Kampmann: Wie hoch die Wasser steigen (2018)

Christian Brandstätter (Hrsg.): Wien 1900. Kunst und Kultur. Fokus der Europäischen Moderne (2005)

Alfred Weidinger & Mona Horncastle: Klimts Frauenbilder. Das Weib. Das Ornament. Das Sexualobjekt (2016)