Logboek

Mijn boeken 26 t/m 30 van 2018

 

Stefan Zweig: Die Welt von Gestern (1942)

Joseph Roth: Die Kapuzinergruft (1938)

Volker Weidermann: Ostende. 1936, Sommer der Freundschaft (2014)

Sigmund Freud: Das Unbehagen in der Kultur. Und andere kulturtheoretische Schriften (1930; 1908, 1915, 1933)

Jeroen Brouwers: De zondvloed (1988)

 

 

Triund en de Muze van Zuid

 

   Op 26 mei speelden Doris en ik twee recitals in het Amsterdamse Festival De Muze van Zuid. In Zuid zijn (ik heb het niet nageteld) zo'n 65 straten vernoemd naar een componist en daarvan meer dan 40 naar een Nederlandse toondichter. Maar wie daar woont of er doorheen fietst, weet eigenlijk nauwelijks wie al die mannen (er zijn weinig straten naar vrouwen vernoemd) waren en wat voor muziek ze componeerden. Hoe komt het dat hun muziek zo weinig wordt uitgevoerd, luidt dan ook de vraag die je een week of wat voorafgaand aan het festival krijgt voorgelegd.

   Nu is dat de enige vraag die je me niet moet stellen. Toen ik een jaar of 15 was, speelde ik al mijn eerste wereldpremière: de tweede sonatine van Hans Osieck (geboortejaar 1910). Ik vind het nog steeds een leuk stuk en heb het nog vaak daarna uitgevoerd en opgenomen. Op 26 mei speelden we de wereldpremière van Triund van Wilma Pistorius (geboorterjaar 1991) en er staat al een behoorlijk aantal volgende uitvoeringen van het stuk gepland.

     Daartussenin speelde ik trouwens een heleboel stukken van componisten naar wie in Amsterdam geen straat vernoemd is. Het is vaak ook wel een allegaartje, zo'n componistenwijk. In mijn Brabantse geboortestad Eindhoven ontbreken bijvoorbeeld juist de twee Brabantse componisten die zich aan de top van het Nederlandse componeren van de twintigste eeuw bevinden: Matthijs Vermeulen en Jan Ingenhoven. 

Het enige antwoord dat ik kan bedenken op boven geciteerde vraag is dan ook: wordt die muziek wel zo weinig uitgevoerd of is er gewoon sprake van een gebrek aan belangstelling? Uitspraken van Immanuel Kant, Jan Ingenhoven en Sem Dresden lijken argumenten aan te dragen voor de tweede optie.

   Inmiddels is Triund een compositie vol poëzie. En, zoals Doris stelde in haar inleiding tijdens de concerten, dat is iets waarvan onze tijd best wat meer mag hebben.

 

 

Wenen

 

     De dagen ervoor thuis heel wat Schönberg beluisterd.

     In Wenen zelf een week lang 23 tot 27 graden. U-Bahn-stations zonder poortjes. Meteen al onder de indruk van het MuseumsQuartier, wat denk ik bij mijn vorige bezoek nog niet als zodanig bestond. Aan de overkant de Jugendstil-kassen in de Burggarten. De representatieve functie van de Ring-architectuur: de mezzanines die de eerste verdieping omhoog werken. Jonas Kaufmann als straatzanger tegen de zijwand, zijde Kärntnerstraße, van de Staatsoper (Andrea Chénier).

     In het Oberes Belvédère veel Gustav Klimt, Egon Schiele en Richard Gerstl. Een sportcommentator zou opgemerkt hebben dat de Botanische Garten een Nederlandse tintje heeft: Baron van Swieten. In een hoekvertrek in het Haus der Musik een soort college Tweede Weense School: mooie foto's, relevante teksten, fraaie muziekfragmenten.Terloops het hotel waar Janácek logeerde toen Jenufa haar Weense première beleefde. De 'democratische' voorgevels van Otto Wagner en Josef Hoffmann. De Postsparkasse van Wagner en recht er tegenover een kolossaal imperiaal regeringsgebouw.

     Koffie gedronken in het paviljoen dat Wagner gebouwd heeft tegenover zijn U-Bahn-ingang op de Karlsplatz. De Musikfreunde aan de overkant, bedenk even dat het vioolconcert van Leander Schlegel daar in première ging. De koepel van de Karlskirche ingezoefd (en er weer uit). U-Bahnstation Herrengasse: hier vlakbij bevond zich de fameuze Bösendorferzaal, waar ook heel wat liederen en kamermuziek van Schlegel hebben geklonken. Amper drie weken na zijn dood vond er het allerlaatste concert plaats, Stefan Zweig beschrijft hoe het publiek weigerde weg te gaan. Daarna lag het terrein 18 jaar braak tot er een Hochhaus kwam.

     Een echt prachtige expositie Jung Wien in het Arnold Schönberg Center, daar ook nog opnamen van de Gurrelieder onder René Leibowitz en van het vioolconcert met Louis Krasner en Dimitri Mitropoulos gekocht. En de dvd (wist niet dat die nog verkrijgbaar was) van de Weense enscenering (2006) van Moses und Aaron onder leiding van Daniele Gatti. Het gebouw van de Secession staat helemaal in de steigers, maar het Beethoven-fries van Klimt is te bezichtigen. De Wagner-huizen aan de Linke Wienzeile.

     Naar Heiligenstadt: uit het station sta je zo tegenover de imposante Karl-Marx-Hof. Naar de Hohe Warte geklommen: een wonderbaarlijk mooi park, villa's van Hoffmann.Weer beneden aan de andere kant: het huis in Grinzing waar Beethoven zijn Pastorale schreef, kan wel een likje verf gebruiken - iets wat opvalt hier. 

 

Mijn boeken 21 t/m 25 van 2018

 

Sayaka Murata: Die Ladenhüterin (oorspronkelijke titel: Kombini ningen, 2016)

Femke Halsema: Macht en verbeelding (2018)

Anja Kampmann: Wie hoch die Wasser steigen (2018)

Christian Brandstätter (Hrsg.): Wien 1900. Kunst und Kultur. Fokus der Europäischen Moderne (2005)

Alfred Weidinger & Mona Horncastle: Klimts Frauenbilder. Das Weib. Das Ornament. Das Sexualobjekt (2016)

 

 

Mijn boeken 16 t/m 20 van 2018

 

Griet Op de Beeck: Gezien de feiten (2018)

Margot Vanderstraeten: Het zusje van de buurvrouw (2018)

Belinda Cannone: S'émerveiller (2017)

Joke J. Hermsen: Rivieren keren nooit terug (2018)

Michel Bernard: Les fôrets de Ravel (2016)

 

 

Mijn boeken 11 t/m 15 van 2018

 

Belinda Cannone: La tentation de Pénélope (2010, éd. 2017)

Belinda Cannone: Petit éloge du désir (2013)

Antoon Coolen: De schoone voleinding (1932)

Thomas Vaessens: De Daf van mijn vader (2018)

Antoon Coolen: De grote voltige (1957)

 

 

Whispering leaves

 

  Een van de vele aantrekkelijke kanten van de cd 'Whispering leaves' van Lucie Štěpánová en Ksenia Kouzmenko is dat er een compositie van Josef Páleníček op staat. Ik moet eerlijk bekennen dat ik tot voor kort niet wist dat Páleníček ook componist was. Ik kende hem als eminent pianist van wie ik een aantal opnamen in huis heb, met name van werken van Leoš Janáček en Bohuslav Martinů. Van de pianowerken van Janáček  heb ik overigens ook de opname van Rudolf Firkusný en op de foto rechts zitten ze gezellig bij elkaar. Het blijkt dat Páleníček, evenals Martinů, in Parijs gestudeerd heeft bij Albert Roussel, zelf een van de grote componisten uit de eerste helft van de twintigste eeuw. 

foto rechts: Josef Páleníček, Bohuslav Martinů, Rudolf Firkusný en Jiří Mucha in Parijs (Jardin du Luxembourg), 1937.

 

 

Mijn boeken 6 t/m 10 van 2018

 

Jean-Michel Nectoux: Harmonie en bleu et en or. Debussy, la musique et les arts (2005)

Annelies Verbeke: Halleluja (2017)

Patrick Modiano: Souvenirs dormants (2017)

Éric Vuillard: La bataille d'occident (2012)

Marita Mathijsen: Jacob van Lennep. Een bezielde schavuit (2018)

 

 

Ars longa...

 

  Ars longa, Zijlstra brevis, schreef iemand eergisteren op facebook. En het valt niet te ontkennen: diens roemloze ondergang voelt als een grote genoegdoening. Het zou mooi zijn als hij nu totaal onzichtbaar werd, na alle schade die hij onze cultuur en nu ook onze diplomatieke positie heeft toegebracht.

 

 

Yuja en Rolex

 

  Kijk nu eens! Zoals bijvoorbeeld tenniskoningin Caroline Wozniacki is Yuja Wang nu een Rolex Ambassador geworden.