Weblog

De vuurengel

  

  Ik hoorde de derde symfonie opus 44 (1928) van Sergei Prokofiev voor het eerst in 1975 door het Concertgebouworkest o.l.v. Kirill Kondrasjin. Ik was diep onder de indruk en ze is eigenlijk altijd mijn favoriete Russische symfonie gebleven. Prokofiev had het materiaal ontleend aan zijn opera De vuurengel opus 37 (1919-1927), die tijdens zijn leven nooit werd opgevoerd. Dat gebeurde pas voor het eerst in 1955 in Parijs als L'Ange de feu.

  Maya Fridman heeft voor haar master-examen cello aan het Conservatorium van Amsterdam muziek uit The fiery angel bewerkt voor cello en piano en die nu op haar derde cd in korte tijd uitgebracht.

 

 

 

 

Mijn boeken 6 t/m 10 van 2018

 

Jean-Michel Nectoux: Harmonie en bleu et en or. Debussy, la musique et les arts (2005)

Annelies Verbeke: Halleluja (2017)

Patrick Modiano: Souvenirs dormants (2017)

Éric Vuillard: La bataille d'occident (2012)

Marita Mathijsen: Jacob van Lennep. Een bezielde schavuit (2018)

 

 

Ars longa...

 

  Ars longa, Zijlstra brevis, schreef iemand eergisteren op facebook. En het valt niet te ontkennen: diens roemloze ondergang voelt als een grote genoegdoening. Het zou mooi zijn als hij nu totaal onzichtbaar werd, na alle schade die hij onze cultuur en nu ook onze diplomatieke positie heeft toegebracht.

 

 

Yuja en Rolex

 

  Kijk nu eens! Zoals bijvoorbeeld tenniskoningin Caroline Wozniacki is Yuja Wang nu een Rolex Ambassador geworden.

 

 

Mijn boeken 1 t/m 5 van 2018

 

Richard Sennett: De ambachtsman. De mens als maker (oorspronkelijke titel: The craftsman, 2008)

Camille Saint-Saëns & Gabriel Fauré: Correspondance (1862-1920). Textes établis, présentés et annotés par Jean-Michel Nectoux (éd. 1994)

Patrick Modiano: Rue des boutiques obscures (1978)

Kate Raworth: Donuteconomie. In zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw (oorspronkelijke titel: Doughnut economics. Seven ways to think like a 21st-century economist, 2017)

Patrick Modiano: Dans le café de la jeunesse perdue (2007)

 

 

De Oosterkerk in Amsterdam

   Jaren geleden kwam ik eens langs de Amsterdamse Oosterkerk, ik weet niet meer hoe en waarom. Ik wist niet dat het de Oosterkerk was, vond wel dat ze daar markant stond.

   Het gebouw dateert uit de zeventiende eeuw. Het schijnt dat er tijdens een periode van industrialisering rond 1900 een spoorlijn vlak voor de ingang liep. Dat was niet bevorderlijk voor de fundering.

 

   Na aankoop door de gemeente Amsterdam in 1974 werd het bouwwerk gerestaureerd en daarbij grotendeels in de oorspronkelijke staat hersteld. De hoge ramen van het symmetrische gebouw zorgen voor een rijke en bijzondere lichtval. Tijdens onze wereldpremière van de ruimtelijke Movements van Lucas Wiegerink maakte de zon daar precies op het goede ogenblik gebruik van.

 

 

Naar aanleiding van Sem Dresden

 

   Afgelopen zondag 14 januari speelde ik in het kader van de Dutch Masters Chamber het in 1943 door Sem Dresden gecomponeerde pianotrio, samen met violiste Charlotte Basalo Vázquez en celliste Emma Kroon. Ik moet het nog eens nakijken, maar ik geloof dat ik nu, met de twee eerder op cd opgenomen cellosonates, de volledige instrumentale kamermuziek van Dresden op het repertoire heb. Alle reden om ook nog eens te kijken naar de  Vier liederen die hij in 1942 componeerde op teksten van Anthonie Donker, voor middenstem en piano. Mooi, zo'n klein afgerond geheeltje.

  

   Zo heb ik van Matthijs Vermeulen de twee cellosonates, de vioolsonate en de liederen 'Les filles du roi d'Espagne', 'La veille' en 'Le balcon' op het repertoire. Van Jan Ingenhoven de twee vioolsonates, de twee cellosonates en de klarinetsonate: volgens mij alle duosonates met piano dus. Van Willem Pijper de tweede vioolsonate, beide cellosonates, het tweede pianotrio, de fluitsonate en 'La maumariée'. De eerste vioolsonate had daar nog wel bij gemogen. Van Piet Ketting de fluitsonate, het trio voor fluit, basklarinet en piano, de cellosonate, drie sonatines voor piano solo en 'Three Shakespeare sonnets'. Enz. En dat voelt goed allemaal.

 

 

Pierre Kemp en de muziek

 

   Een van de leuke dingen van internet is dat, wanneer je in Amsterdam bent, je toch zo maar op zaterdagochtend naar het cultureel café van de Limburgse regionale omroep kunt luisteren. Gisteren was dat wel bijzonder leuk, omdat gast Wiel Kusters een kleine twee uur de tijd kreeg om in te gaan op de gramofoonplatencollectie van Pierre Kemp. Die is, zoals eerder al zijn boeken, ondergebracht in de Maastrichtse Universiteitsbibliotheek.

   Pierre Kemp werd tijdens een verblijf in Amsterdam in 1915 door Matthijs Vermeulen meegetroond naar het Concertgebouw en door hem ingewijd in de klassieke muziek. Vermeulen stak natuurlijk zijn liefde voor de nieuwe Franse muziek niet onder stoelen of banken en stak Pierre Kemp voor de rest van zijn leven aan. In zijn platencollectie komen we dan ook Debussy, Ravel en Roussel tegen.

   En wat daaraan natuurlijk zo leuk is, is dat de gramofoonplaten voor een deel uit de jaren 1930 dateren en we dus allerlei vroege opnamen van werken van die grote componisten horen die deels (nog) niet op cd zijn heruitgebracht. Zo hoorden we een Debussy die opvallend weinig geïnterpreteerd was, waarin de zinnen en de tekstuur voor zich spraken.

 

 

Weg met die sterren

 

Het Parool kwam vandaag met de mededeling dat het die mallotige sterren boven recensies gaat schrappen. Dat is nu eens een bericht waar je blij van wordt. En laten we hopen dat het goede voorbeeld snel door andere kranten en door tijdschriften gevolgd wordt.

 

 

Mijn laatste drie boeken van 2017

 

Marie Darrieussecq: Notre vie dans les forêts (2017)

J.M.G. Le Clézio: Alma (2017)

Heinrich Böll: Ansichten eines Clowns (1963)