Gebeurtenissen en Gedachten
| September -
December 2008
Concerten |
| September |
|
woensdag 10 t/m
vrijdag 12 |
Schiedam
Amsterdam Bridge Ensemble
cd-opnamen: werken van H. Andriessen
|
| zondag 14 |
Amsterdam, opening Conservatorium
Sjaan Oomen, Doris Hochscheid & Frans van Ruth
J. Röntgen: Pianotrio in c
|
| Oktober |
|
| zaterdag 4 |
Utrecht, slotvergadering Eduard Reeser Stichting
Doris Hochscheid & Frans van Ruth
werken van Badings, Strategier & Escher
|
| zondag 12 |
Zelhem
Doris Hochscheid & Frans van Ruth
werken van J.S. Bach, Sibelius, Schumann, Elgar & Röntgen
|
| zondag 19 |
Amsterdam, Tweede Cellobiënnale
Doris Hochscheid & Frans van Ruth
In gesprek met Anner Bijlsma
|
| woensdag 22 |
Amsterdam, Tweede Cellobiënnale
Doris Hochscheid & Frans van Ruth
werken van P. Ketting en Escher
presentatie van de Stichting Cellosonate Nederland en aanbieding van de cd “Dutch Cello Sonatas”, vol.1
|
| November |
|
| vrijdag 14 |
Amsterdam - Sweelinckzaal van het Conservatorium
Sjaan Oomen; Cipris Ryu, Jorinke van Deelen, Arthur Ornée, Katya Woloshyn, Urszula Danielewicz; Doris Hochscheid & Frans van Ruth
Serie “Nederlandse kamermuziek – 1”: werken van Röntgen & Escher
|
| zondag 16 |
Leiden
Amsterdam Bridge Ensemble (strijktrioformatie)
werken van Mozart, Schubert & Dohnányi
|
| vrijdag 28 |
Gorssel (kunstkring)
Doris Hochscheid & Frans van Ruth
werken van Röntgen, Liszt, Elgar & Dohnányi
|
| zaterdag 29 |
Voorst (besloten)
Doris Hochscheid & Frans van Ruth
werken van Röntgen, Liszt, Elgar & Dohnányi
|
| zondag 30 |
Voorst (kunstkring)
Doris Hochscheid & Frans van Ruth
werken van Röntgen, Liszt, Elgar & Dohnányi
|
| December |
|
| woensdag 3 |
Tilburg
Arno Bornkamp & Ivo Janssen; Amsterdam Bridge Ensemble (pianotrioformatie), presentatie: Gregor Bak
werken van o.a. Brahms, Rachmaninov & Dvořak
|
| zondag 7 |
Amsterdam – IJburg
Doris Hochscheid & Frans van Ruth
werken van Liszt, Elgar & Röntgen
|
| zondag 14 |
Assen
Amsterdam Bridge Ensemble (pianotrioformatie)
werken van Brahms, Stoppelenburg & Dvořak
|
|
|
Gedachten
(laatste bijdrage: 31 december)
19 oktober
In gesprek met Anner Bijlsma over ‘de
cellosonate’. Anner oppert: “De cellist moet spelen
alsof hij de cellogroep in een orkest aanvoert, de pianist
moet dan mooi doorzichtig de
rest van het orkest spelen”.
Dit is een interessante kanttekening bij al die
cd-opnamen waarin de cello en de piano kunstmatig van elkaar
worden gescheiden. En bij alle cellisten die de betekenis
van hun partij geweld aandoen door te proberen “boven de
piano uit” te komen.
22 december
Waarom niet een paar eindejaarsgedachten, beetje moraliserend en zo?
Een van de minst professionele opmerkingen die uit de mond van professionele musici kan komen is: “We hoeven dit nauwelijks te repeteren want het is repertoire”.
Deze opmerking kan getuigen van zelfingenomenheid: beter kan het niet meer, van misplaatste bescheidenheid: tot beter begrip zijn wij toch niet in staat, of van luiheid: het is wel goed zo, wij doen het zo – wat eigenlijk ook een vorm van zelfingenomenheid is.
Elke voorbereiding op een uitvoering, en eigenlijk ook de uitvoering zelf, is een zoektocht – een zoektocht bij eliminatie - naar de waarheid van de desbetreffende compositie, een onderweg zijn naar een volledig begrip van het stuk als belevenis.
Zoals met alles is het onderweg zijn spannender dan het aankomen. Onze waarheid is gelukkig een horizon die steeds wijkt.
Bovendien kan de horizon in verschillende perspectieven liggen. Vervang in een ensemble een musicus door een andere, en de zoektocht naar de waarheid zal een andere zijn. Als het goed is.
De grote dirigent Günter Wand heeft eens gezegd: “Das Äußerste, was man erreichen kann, ist, die Musik nicht zu interpretieren, sondern sie zu verstehen”. Je kunt natuurlijk een hele filosofische discussie beginnen over 'interpretatie', maar een feit is dat interpretatie vaak wordt opgevoerd om een gebrek aan begrip te maskeren. Interpretatie kan overigens ook noodzakelijk zijn: met name als een componist er in een compositie niet in geslaagd is zijn eigen belevenis volledig begrijpelijk te maken maar je die compositie toch de moeite waard vindt om in te studeren en uit te voeren.
Studenten vragen wel eens: “Hoeveel lessen denkt u dat we nodig hebben?”. Ik moet eerlijk bekennen dat ik die vraagstellers er vaak van verdenk dat ze hopen dat ik een laag aantal zal voorstellen. Sinds enige tijd antwoord ik meestal: “Dat hangt ervan af hoe goed jullie zijn”.
Ik denk dan aan wat een andere grote dirigent, Sergiu Celibidache, eens gezegd heeft: “Sehen Sie, die Zahl der Proben hängt von der Qualität des Orchesters ab. Je besser ein Orchester ist, desto mehr Möglichkeiten bietet mir jeder einzelne, um etwas zusammenzustellen. Ist das nicht der Fall bei einem mittelmäßigen Orchester, sagen wir mal, der Flötist kann nur in drei statt dreihundert Weisen spielen, da habe ich nicht viel Wahl und kann nicht viel Zeit verlieren. Da bestehe ich auf Zusammenspiel, ein bißchen piano, ein bißchen forte und es ist Schluß. Kann er mir aber fünfhundert Möglichkeiten bieten, diesen Ton zu erzeugen, na, welche ist dann von diesen fünfhundert die beste und paßt mit dem Fagott zusammen? Das ist eine Zeitfrage”.
Weinig is zo hartverscheurend en intelligentietergend als strijkers die in een sonate met piano een turbo-vibrato aanzetten.
De enig mogelijke manier om een compositie als belevenis te leren begrijpen is vanuit de tekst, vanuit de steeds vernieuw(en)de, door kennis gevoede, consequente lectuur daarvan. Sinds een halve eeuw of daaromtrent groeien muziekstudenten op met opnamen. Opnamen reduceren muziek tot een voorwerp dat steeds als zodanig reproduceerbaar is. Een opname is nooit meer dan de illusie van een belevenis. Muziek bestaat slechts als belevenis. Overigens kunnen ook illusies ontroeren.
Veel studenten bouwen een interpretatie op vanuit de opname(n) die ze kennen en spelen stukken zonder op een fundamenteel begrip uit te zijn. De muziekvakopleiding ziet zich geplaatst voor de noodzaak vakken als 'analyse' en 'geschiedenis' (waar het om muziek uit het verleden gaat) in zo ruim mogelijke mate in de uitvoerende opleiding te integreren. Tegelijk hebben hoofdvakdocenten de dagelijkse plicht hun studenten op hun eigen unieke zoektocht naar de waarheid te zetten.
Je hoort musici wel als probleem van hedendaagse muziek aanvoeren dat die zo moeilijk te lezen, te begrijpen is. Tot op zekere hoogte is dat waar. Alles wat nieuw is, stelt nieuwe eisen. Het probleem is echter vooral dat veel musici überhaupt niet meer in staat zijn muziek begrijpend te lezen, omdat ze zijn opgegroeid met opnamen en al opnamenluisterend (of zelfs, vrees ik, opnamenhorend) het begrijpend lezen ook niet 'geoefend' hebben op traditionele muziek.
En tot slot nog een keer Celibidache. “In Amsterdam spielten wir zweimal Bruckner, und beim letzten Konzert kam ein alter Mann aus dem Concertgebouw Orchester und sagte: 'So ist das, Meister.' Nicht, das ist schön, sondern in dieser abstrakten und konkreten Seinsform: So ist das. Das ist das schönste Kompliment, das man machen kann.”
NB Een aantal van deze gedachten staat op gespannen voet met de praktische en economische beperkingen die aan het muziekleven zijn opgelegd.
31 december
Mijn meest ontroerende luister (en kijk-) ervaring van het jaar:
de op dvd vastgelegde opvoering in 2004 van Der Rosenkavalier van Richard Strauss in het Operahuis van Zürich, met Nina Stemme als Marschallin.(Dirigent: Franz Welser-Möst, regisseur: Sven-Eric Bechtolf).
Mijn meest overweldigende leeservaring van het jaar:
Godenslaap (2008) van Erwin Mortier.
|
|
Archief: Januari
- April 2005 Mei
- Augustus 2005 September
- December 2005 Interview met Herman Haverkate
(Twentse Courant Tubantia, 19 januari 2006) Januari
- April 2006 Mei
- Augustus 2006 Tournee Oekraïne oktober 2006 September
- December 2006 Januari
- April 2007 Mei
- Augustus 2007 September
- December 2007 Januari
- April 2008 Mei
- Augustus 2008 |