Janáček
Trio
|
Robert Volkmann werd in 1815 geboren in de buurt van Dresden. Het grootste deel van zijn muzikale leven bracht hij door in Boedapest (1841-1854), Wenen (1854-1858) en wederom Boedapest (1854-1883), waar hij vanaf 1875 professor was aan de Academie, met Franz Liszt als zijn meest bekende collega.
Volkmann was maar een paar jaar jonger dan Felix Mendelssohn (1809-1847) en Robert Schumann en een zekere verwantschap is in meerdere van zijn werken terug te vinden. Zo heeft bijvoorbeeld het Scherzo uit zijn
Eerste Strijkkwartet (1847) die zo voor Mendelssohn kenmerkende lichtvoetige virtuositeit, terwijl het Tweede Pianotrio meer bij de expressiviteit van Schumann aansluit.
Volkmanns historische noodlot, als je het zo wilt noemen, is dat hij nooit partij heeft willen kiezen voor ofwel de klassieke romantische richting met als belangrijkste vertegenwoordiger Johannes Brahms, ofwel de progressieve romantische richting belichaamd door Franz Liszt. Hij wilde, zoals hij het zelf zei, “gewoon Volkmann zijn”. En wanneer men geen etiketje op je kan plakken, raak je snel vergeten.
Brahms-kenners beschouwen Volkmann als een niet onbelangrijke inspiratiebron voor Brahms. Zij wijzen erop dat Volkmann al enige jaren vóór Brahms
Variaties over een thema van Händel had gecomponeerd, en zij erkennen de invloed die met name zijn
Tweede Pianotrio op de kamermuziek van Brahms gehad zou hebben. Zoveel is zeker dat beide componisten in hun briefwisseling elkaar als “Lieber Freund” aanspraken en dat Brahms in Wenen werk van Volkmann heeft uitgevoerd.
De grote voorvechter van het Tweede Pianotrio was echter zonder meer Franz Liszt, die het werk herhaaldelijk met Joseph Joachim, de grootste violist van zijn tijd, en de cellovirtuoos Bernhard Cossmann heeft uitgevoerd. De aan de Hongaarse volksmuziek ontleende ritmiek (zoals ook in het
Vijfde Strijkkwartet uit 1858) zal onder hun handen ongetwijfeld overrompelend geklonken hebben.