Logboek

René Samson 1948-2019

 

(tekst volgt)

 

 

De KoepelKathedraal in Haarlem

 

     Ik weet niet hoe vaak ik al, vanuit de trein tussen Haarlem en Leiden, de Kathedrale Basiliek Sint Bavo heb zien liggen. Twee weken geleden was ik er voor het eerst: twee keer in vier dagen, eerst een dag repetities en daarna de dag van het Nieuwe Registers-concert. Ook de tweede keer was ik weer totaal overweldigd toen ik binnenkwam.

(wordt vervolgd)

foto: Wouter van Belle

 

 

Mijn boeken 26 t/m 30 van 2019

 

Pierre Jean Jouve: Vagadu (1931)

Edgar Hilsenrath: Der Nazi & der Friseur (1977)

Siegfried Lenz: Schweigeminute (2008)

Herman Gorter: Geheime liefden. Brieven aan Ada Prins en Jenne Clinge Doorenbos (ed. Lieneke Frerichs, 2014)

Rosa Luxemburg: Briefe aus dem Gefängnis (ed. 1920; Michael Holzinger, 2016)

 

 

Een celloconcert zo'n 10 jaren later

 

concert: Celloconcert van Martijn Padding door Doris, ASKOSchönberg o.l.v. Reinbert de Leeuw

     Vorige week zaterdag ging ik in het Amsterdamse Muziekgebouw aan het Y naar het ASKOSchönbergconcert 'Ter ere', dat deel uitmaakte van een uitgebreid Louis Andriessenweekeinde. In dit concert, dat begon op het wat onhandige tijdstip van 13:00 uur en ons maar liefst 80 minuten voornamelijk spiksplinternieuwe muziek voorschotelde zonder pauze, werden vier composities van oud-leerlingen van Andriessen uitgevoerd. Ik ging vooral voor 'Last words', een celloconcert dat Martijn Padding een jaar of tien geleden schreef voor de Amsterdamse Cello Biënnale en dat nu als laatste onderdeel van het concert geprogrammeerd stond.

   Ik denk dat het niet alleen kwam door de andere inbedding - er ging erg veel blokvorming en repetitiviteit aan vooraf - maar vooral doordat de uitvoering duidelijk aan allure èn aan balans tussen cello en ensemble gewonnen had, dat ik het stuk nog leuker vond dan bij de première. De geest is die van een concerto grosso en het ligt dan misschien voor de hand om de term 'neo-klassiek' te laten vallen, maar waar ik Stravinskij in zijn neo-klassieke werken nog wel eens behoorlijk pedant en irritant vind, heb ik dat gevoel hier helemaal niet: daarvoor zijn allerlei momenten gewoon te lekker fout, of zelf lekker vulgair fout.

   Intussen is het werk ook nog indrukwekkend maar toch lichtvoetig virtuoos, zowel wat de solopartij betreft als in het samenspel tussen soliste en ensemble.

 

 

Mijn boeken 21 t/m 25 van 2019

 

Maryse Condé: Moi, Tituba sorcière... (1986)

Manon Uphoff: De ochtend valt (2012)

Manon Uphoff: Vallen is als vliegen (2019)

Maryse Condé: Traversée de la mangrove (1989)

Pierre Jean Jouve: Hécate (1928)

 

 

Hans Osieck in Kentucky

 

     Een aantal weken geleden kreeg ik een e-mail uit Kentucky van de pianiste Yuri Kim, die me schreef dat ze als 'doctorate candidate in piano performance' haar onderzoek gaat doen over Hans Osieck en me vroeg of ik haar daarbij kan helpen. Het lijkt in eerste instantie misschien een verrassende mededeling, maar in 1985 heeft Hans Osieck Kentucky bezocht. Een professor daar, dr. Wesley Roberts, was in zijn onderzoek naar muziek voor twee piano’s en piano vierhandig ook op de composities van Hans Osieck gestuit en daar zo aangenaam door getroffen dat hij hem als gast uitnodigde voor een symposium. Osieck op zijn beurt componeerde Variaties op 'My old Kentucky home, good night' voor piano vierhandig. De link was er dus.

    Het onderzoek van Yuri, die een master in zowel 'piano performance' als 'piano pedagogy' behaald heeft, spitst zich met name toe op de portretteerkunst in de Acht Korte Karakterschetsen (1950).


 

99 Tsjechische componisten

 

     Afgelopen week stuurde ik Ksenia Kouzmenko een berichtje om haar te bedanken voor de prachtige Tsjechische muziek op haar cd Fenêtre sur le jardin. Grappig genoeg staan daarop twee 'world premiere recordings', waaronder één van een bijna honderd jaar oude compositie van Jaroslav Kvapil. Klaarblijkelijk is er ook in een toch zo muzikaal land als Tsjechië nog allerlei ten onrechte vergeten muziek. Ksenia schreef terug dat ze inmiddels 99 Tsjechische componisten verzameld heeft. En dat is dan weer het mooie voor ontdekkende musici: de extase van de ontdekking.

                                                                                                   Ksenia kijkt uit over een landschap van 99 componisten.

 

 

Mijn boeken 16 t/m 20 van 2019

 

Bregje Hofstede: Drift (2018)

Marianne Thieme: Groeiend verzet (2019)

Joke J. Hermsen: Het tij keren. Met Rosa Luxemburg en Hannah Arendt (2019)

Amin Maalouf: Le naufrage des civilisations (2019)

Murielle Magellan: Les indociles (2016)

 

 

Dankjewel

 

     Het is alweer anderhalve week geleden, maar Doris en ik speelden een recital in de mooie (oude) zaal van Musis in Arnhem. Een niet alledaags programma misschien, met twee parallel opgebouwde programmahelften. Vóór de pauze: Claude Debussy - Anton Webern - Manuel de Falla - Wilma Pistorius, na de pauze: Toru Takemitsu - Anton Webern - Lucas Wiegerink. Vier composities dus uit de jaren 1914/1915 en twee uit 2018 (Takemitsu is uit 1984). Er was een heerlijk geconcentreerd publiek, dat, nadat de slotnoot helemaal uitgeklonken was en we de stilte genoten hadden, als één mens overeind rees (dat gebeurt wel vaker in Nederland), maar dit keer werd er geen bravo geroepen, maar in plaats daarvan, door een sonore mannenstem, twee keer: "dankjewel, dankjewel!"

 

 

Mijn boeken 11 t/m 15 van 2019

 

Clara Dupont-Monod: La révolte (2018)

Constantin Floros: Anton Bruckner. Persönlichkeit und Werk (2004, ed. 2012)

Klaus Heinrich Kohrs: Anton Bruckner. Angst vor der Unermeßlichkeit (2017)

Wim Daniëls: Houdoe! Het verhaal van een Brabantse groet (2019)

Menno ter Braak: Het nationaal-socialisme als rancuneleer (1937, ed. 2019 met een voorwoord van Bas Heijne)