Logboek

En toen bleek Jan van Gilse geveild

 

   En toen bleek het enige geschilderde portret van Jan van Gilse geveild. Bij Buma/Stemra wist men niet wie hij was, dus het was "per ongeluk" gebeurd. Bovendien paste het niet in het nieuwe interieur.

Gelukkig wist een alerte Thiemo Wind het werk te onderscheppen, hij betaalde er op de veiling maar liefst tweehonderd euro voor. En terwijl de stormen van verontwaardiging nog niet zijn gaan liggen, mag hij nu proberen er een passende bestemming voor te vinden. Waar het 't respect krijgt dat het verdient.

 

 

 

 

 

 

 

Ervin Schulhoff is geen vrouwelijke componist

 

concert: drie strijkkwartetten door het Dostojevski Kwartet

     Afgelopen maandag ging ik in het Amsterdamse Verzetsmuseum naar een lunchconcert van het Dostojevski Kwartet, een jong kwartet dat dit jaar zijn eerste lustrum viert. Het speelde een programma om je vingers bij af te likken.

   Begonnen werd meteen maar met de wereldpremière van het (eerste en hopelijk niet laatste) strijkkwartet van Wilma Pistorius. Een dag later besef ik opeens dat ik dit werk onwillekeurig associeer met een beroemde versregel van Charles Baudelaire: "Les sons et les parfums tournent dans l'air du soir", al ben ik er niet op voorhand van overtuigd dat het in het kwartet van Wilma om een avondlucht gaat, maar etherische parfums en subtiele buitelingetjes zijn er te over.

   Daarna volgden het Strijkkwartet van Henriëtte Bosmans en het Tweede Kwartet van Ervin Schulhoff ("Ervin Schulhoff was geen vrouwelijke componist", zei celliste Emma Kroon in haar korte inleiding, maar gelukkig wist hij toch hoe hij een strijkkwartet moest componeren). De kwartetten van Bosmans en Schulhoff zijn nagenoeg tegelijk ontstaan en het leuke was dat je dat er aan af hoorde. Opvallend ook dat ze allebei met een stretto eindigen. Om die reden en wegens de fragrante lichtheid van het kwartet van Wilma zou ik persoonlijk haar kwartet in het midden hebben geprogrammeerd, maar het Dostojevski Kwartet had vast een goede reden om dat niet te doen.

   

 

 

Zomerreces 2: Dolomieten

 

     Op weg van Bolzano nog heel veel ravage ten gevolge van de vreselijke storm van vorig jaar oktober: overal stapels reuzelucifers en kale plekken. Maar de wegen zijn weer goed begaanbaar.

   Op het balkon met panoramisch uitzicht over de vallei Gallica doorgeploegd op zoek naar mededelingen over Daniel van Goens.

   Twee concerten. In het prachtige kerkje van San Simon in Vallada Agordina zong Oda van Ariodante tot Dover Beach. Een paar dagen later speelden in de parochiekerk van Caviola (Falcade) eindexamenkandidaten van het Conservatorium van Udine op het mooie nieuwe orgel werken waarvan de recenste van J.S. Bach waren.

 

 

Mijn boeken 31 t/m 35 van 2019

 

Annelies Laschitza: Im Lebensrausch, trotz alledem Rosa Luxemburg. Eine Biographie (1996)

Elisabeth Maier: Anton Bruckner. Stationen eines Lebens (1996)

Therese Muxeneder: Arnold Schönberg & Jung-Wien (2018)

Lilian Faschinger: Wiener Passion (1999)

Adolf Loos: Warum Architektur keine Kunst ist (ed. Peter Stuiber, 2009)

 

 

Zomerreces 1: Wenen en Linz

 

   Eindelijk was het dan zover: een paar dagen Linz. De Oude Dom, waar Anton Bruckner organist was. En daarna naar Sankt Florian, naar de imposante Augustijnerabdij, waarmee Bruckners leven onlosmakelijk verbonden is. En waar, in de crypte, recht onder het orgel - natuurlijk woonden we ook een orgelbespeling bij -, zich zijn tombe bevindt. "Do you know this guy?", vroeg mij een man, die uit Canada bleek te komen en eerst beleefd gevraagd had of ik Engels sprak. Ik heb hem zeer uitgebreid geantwoord.

   Daarvóór een paar dagen Wenen: een bijna onbevattelijk mooie expositie in het Ludwig Museum: Jung Wien - architectuur, design, muziek, literatuur, schilderkunst, waaronder een hele zaal vol doeken van Schönberg. Natuurlijk ook weer even een bezoek gebracht aan het Arnold Schoenberg Center.

 

 

 

René Samson 1948-2019

 

(tekst volgt)

 

 

De KoepelKathedraal in Haarlem

 

     Ik weet niet hoe vaak ik al, vanuit de trein tussen Haarlem en Leiden, de Kathedrale Basiliek Sint Bavo heb zien liggen. Twee weken geleden was ik er voor het eerst: twee keer in vier dagen, eerst een dag repetities en daarna de dag van het Nieuwe Registers-concert. Ook de tweede keer was ik weer totaal overweldigd toen ik binnenkwam.

(wordt vervolgd)

foto: Wouter van Belle

 

 

Mijn boeken 26 t/m 30 van 2019

 

Pierre Jean Jouve: Vagadu (1931)

Edgar Hilsenrath: Der Nazi & der Friseur (1977)

Siegfried Lenz: Schweigeminute (2008)

Herman Gorter: Geheime liefden. Brieven aan Ada Prins en Jenne Clinge Doorenbos (ed. Lieneke Frerichs, 2014)

Rosa Luxemburg: Briefe aus dem Gefängnis (ed. 1920; Michael Holzinger, 2016)

 

 

Een celloconcert zo'n 10 jaren later

 

concert: Celloconcert van Martijn Padding door Doris, ASKOSchönberg o.l.v. Reinbert de Leeuw

     Vorige week zaterdag ging ik in het Amsterdamse Muziekgebouw aan het Y naar het ASKOSchönbergconcert 'Ter ere', dat deel uitmaakte van een uitgebreid Louis Andriessenweekeinde. In dit concert, dat begon op het wat onhandige tijdstip van 13:00 uur en ons maar liefst 80 minuten voornamelijk spiksplinternieuwe muziek voorschotelde zonder pauze, werden vier composities van oud-leerlingen van Andriessen uitgevoerd. Ik ging vooral voor 'Last words', een celloconcert dat Martijn Padding een jaar of tien geleden schreef voor de Amsterdamse Cello Biënnale en dat nu als laatste onderdeel van het concert geprogrammeerd stond.

   Ik denk dat het niet alleen kwam door de andere inbedding - er ging erg veel blokvorming en repetitiviteit aan vooraf - maar vooral doordat de uitvoering duidelijk aan allure èn aan balans tussen cello en ensemble gewonnen had, dat ik het stuk nog leuker vond dan bij de première. De geest is die van een concerto grosso en het ligt dan misschien voor de hand om de term 'neo-klassiek' te laten vallen, maar waar ik Stravinskij in zijn neo-klassieke werken nog wel eens behoorlijk pedant en irritant vind, heb ik dat gevoel hier helemaal niet: daarvoor zijn allerlei momenten gewoon te lekker fout, of zelf lekker vulgair fout.

   Intussen is het werk ook nog indrukwekkend maar toch lichtvoetig virtuoos, zowel wat de solopartij betreft als in het samenspel tussen soliste en ensemble.

 

 

Mijn boeken 21 t/m 25 van 2019

 

Maryse Condé: Moi, Tituba sorcière... (1986)

Manon Uphoff: De ochtend valt (2012)

Manon Uphoff: Vallen is als vliegen (2019)

Maryse Condé: Traversée de la mangrove (1989)

Pierre Jean Jouve: Hécate (1928)